Veelgestelde vragen

Ga direct naar:

Wat is diabetes?

Diabetes is één van de meest voorkomende ziektes in Nederland. Een chronische stofwisselingsstoornis waar naar schatting meer dan 1 miljoen mensen in Nederland mee leven. Bij diabetes is er sprake van een te hoog glucosegehalte (suiker) in het bloed. Het glucose is onze energiebron en we krijgen het dagelijks binnen met ons eten. Onder invloed van het hormoon insuline wordt het gelijkmatig verdeeld over al onze lichaamscellen. Ons lichaam houdt de waarden van het glucosegehalte in het bloed binnen bepaalde grenzen, zodat het niet te hoog maar ook niet te laag wordt. Bij diabetes is dit evenwicht verstoord. Dit kan zijn doordat de alvleesklier niet meer genoeg insuline aanmaakt of dat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Er blijft te veel glucose in het bloed en uiteindelijk wordt het uitgeplast in plaats van gebruikt als energie. Hier kunnen bepaalde lichamelijke klachten bij horen zoals: veel plassen, dorst, moeheid, jeuk en onbedoeld afvallen.

Er zijn drie soorten (typen) diabetes te onderscheiden: type 1, type 2 en zwangerschapsdiabetes. Bij type 1 diabetes heeft het lichaam een duidelijk tekort aan insuline. Het is dan nodig dagelijks insuline te spuiten om de bloedglucose op peil te houden. Type 1 diabetes  komt meestal op jongere leeftijd voor. Type 1 diabetes is een auto-immuunziekte. Het eigen afweersysteem is de oorzaak, behalve ziektes richt het afweersysteem zich op lichaamseigen cellen. In dit geval vernietigt het de cellen die insuline aanmaken. Over de oorzaak hiervan is nog maar weinig bekend. Bij type 2 diabetes is er sprake van een stoornis in de aanmaak van insuline en zijn de lichaamscellen niet in staat voldoende glucose op te nemen. Dit wordt ook wel insulineongevoeligheid genoemd. Bij type 2 diabetes speelt erfelijkheid een rol maar ook ongezonde voeding, ernstig overgewicht (vooral zichtbaar rond de buik), te weinig lichaamsbeweging en stress. Gezond leven kan type 2 diabetes voorkomen of uitstellen. Naast type 1 en 2 diabetes zijn er ook een aantal minder vaak voorkomende vormen van diabetes, zoals genetische vormen of diabetes veroorzaakt door medicijnen zoals prednison.

Een huisarts kan door middel van een vingerprik en het meten van een druppel bloed vaststellen of u diabetes heeft.

↑ Terug naar boven

Wat is type 1 diabetes?

Bij type 1 maakt het lichaam geen of zeer weinig insuline aan. Dit komt doordat de cellen in de alvleesklier (pancreas) die de insuline maken, de zogenaamde bètacellen, zijn beschadigd. Om die reden heeft iemand met type 1 diabetes insuline-injecties nodig. Er wordt daarom gesproken van insulineafhankelijke diabetes. Type 1 diabetes kan op alle leeftijden optreden, maar komt vooral bij jongeren voor. De oorzaak is niet bekend. De ziekte is niet erfelijk, maar de aanleg om de ziekte te ontwikkelen wel. Als één van de ouders het heeft, heeft hun kind een kans van vier tot acht procent om het ook te krijgen.

↑ Terug naar boven

Wat is type 2 diabetes?

Bij type 2 maakt het lichaam wel insuline, maar relatief te weinig. Bovendien is het lichaam vaak minder gevoelig voor de werking van de insuline. Dit noemen we insulineresistentie. Insulineresistentie komt vooral voor bij mensen met overgewicht. Dit is de reden dat de ziekte steeds vaker bij jonge mensen voorkomt. Daarnaast is type 2 diabetes een ziekte die gepaard gaat met ouder worden. De ziekte zelf is niet erfelijk, de aanleg om de ziekte te ontwikkelen wel. Deze erfelijke aanleg is sterker dan bij type 1. Als één of zelfs beide ouders diabetes type 2 hebben, heeft hun kind een kans van twintig tot vijftig procent om het ook te krijgen. Overgewicht en te weinig beweging spelen een grote rol bij het ontwikkelen van type 2 diabetes. Aanvankelijk kan de behandeling bestaan uit beweeg- en voedingsadvies, eventueel gecombineerd met tabletten. Later kunnen ook aanvullende insuline-injecties nodig zijn.

↑ Terug naar boven

Wat is een hypo?

Bij een hypo of voluit: een hypoglykemie, is de bloedsuikerwaarde lager dan 4 mmol/l. Dit gaat meestal gepaard met klachten. Veel voorkomende klachten zijn onder meer moeilijk concentreren, transpireren, beven, trillen en duizeligheid. Bij de huidige streefwaarden van de diabetesbehandeling is de kans op het krijgen van hypo’s groter. De streefwaarden worden scherp gesteld, vanwege het doel van de behandeling: de bewuste vermindering van de kans op complicaties in de toekomst. Een tot twee keer per week een niet ernstige hypo – die men zelf gemakkelijk kan opvangen – wordt als acceptabel beschouwd. Een hypo kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld te laat eten, een maaltijd overslaan, extra veel beweging, of wanneer er teveel insuline is gespoten.

↑ Terug naar boven

Wat te doen bij een hypo

Direct stoppen met alle bezigheden en de bloedsuiker meten om zeker te weten dat er sprake is van een te lage bloedsuikerwaarde. Wanneer de bloedsuiker lager is dan 4 mmol/l dient de hypo direct te worden opgevangen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van:

  • 6-7 tabletten druivensuiker (dextro)
  • 1 groot glas limonadesiroop (35 ml) aangelengd met water.
  • 1 groot glas frisdrank (geen light) of sinaasappelsap van 200 ml.
  • 4-6 klontjes suiker oplossen in een beetje koffie of thee en aanlengen met koud water zodat het direct te drinken is

Controleer na twintig minuten de bloedglucose nog eens. Als deze nog onder de 4 mmol/l is, wordt bovenstaande hypo-opvang herhaald. Indien niet binnen een uur een maaltijd wordt gebruikt, is het nodig om met een extra tussendoortje koolhydraten aan te vullen. De genomen suikers bij een hypo – bijvoorbeeld de druivensuiker – werkt namelijk snel, maar is ook snel uitgewerkt. Hierdoor zou een volgende hypo kunnen ontstaan. Als tussendoortje met wat langzamere werkende koolhydraten kan er gekozen worden uit bijvoorbeeld een boterham, een plak ontbijtkoek, een cracker of een granenbiscuit.

Meestal zal de bloedglucose door het innemen van 20 gram glucose stijgen met 3 mmol/l. Probeer tijdens de hypo de drang om heel veel te eten te weerstaan. De bloedglucose stijgt dan te veel en het vele eten leidt weer tot gewichtstoename. De waarde van de bloedglucose en het tijdstip kunt u in het diabetesboekje noteren. Ook kunt u eventueel de hierbij gevoelde verschijnselen opschrijven. Zo krijgt u een beter inzicht en kunt u de lichaamssignalen van een naderende hypo eerder opmerken.

↑ Terug naar boven

Wat is een hyper?

Bij een hyper, of voluit een hyperglykemie, is de bloedsuikerwaarde hoger dan 10 mmol/l. De klachten die hierbij voorkomen zijn: veel plassen, dorst, droge mond en moeheid. Bij veel mensen ontbreken deze klachten. Een matige hyperglykemie kan door middel van een aanpassing van de medicatie worden behandeld. Wanneer een patiënt in geval van insulinegebruik zelfregulatie heeft geleerd, kan dit door de patiënt zelf worden gedaan.

In zeer ernstige gevallen kan een bewusteloosheid (coma) optreden. Bij zeer hoge bloedsuikerwaarden is er een tekort aan insuline. Het lichaam gaat dan vetten verbranden om toch de benodigde brandstof te krijgen. De afbraakproducten van deze vetten, de ketonen, verzuren het lichaam. Men kan gaan braken, de ademhaling wordt diep en zwaar en de adem ruikt naar aceton. Men spreekt dan van een ketotisch coma, ofwel, keto-acidose. Een keto-acidose treedt vooral bij type 1 diabetes op. Bij type 2 treedt minder snel verzuring op, maar zeer hoge bloedsuikerwaarden kunnen tot ernstige uitdroging leiden. Deze uitdroging heeft sufheid en uiteindelijk (non-ketotisch) coma tot gevolg.

↑ Terug naar boven

Wat te doen bij een hyper?

Meet de bloedsuiker om de twee uur, noteer de waarden en de verschijnselen en drink veel water. Verhoog de insulinedosis of spuit extra insuline bij (volgens zelfregulatieschema of in overleg met arts/diabetesverpleegkundige). Bij braken en/of acetongeur en/of sufheid dient altijd een arts te worden gewaarschuwd!

In overleg met de behandelend arts of diabetesverpleegkundige wordt bepaald bij welke bloedsuikerwaarde er contact met een arts moet worden opgenomen. Een hyperglykemie kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een infectie (griep, urine- of luchtweginfectie) of door het vergeten zijn om insuline te spuiten. Een hyper ontwikkelt zich geleidelijker dan een hypo. Men heeft gedurende een aantal uren de gelegenheid om maatregelen te nemen.

↑ Terug naar boven

Beïnvloedt stress de bloedglucose?

Stress is een volstrekt normale reactie en vervult een belangrijke functie in het herkennen van en reageren op bedreigende situaties. Stress kan een nadelige invloed hebben op de gezondheid als deze lang aanhoudt. Spanning en stress kunnen de bloedsuiker waarde sterk beïnvloeden. Hierbij spelen zogenaamde stresshormonen een belangrijke rol. Deze zorgen voor verhoogde activiteit van het lichaam. Schommelingen in de bloedglucose kunnen het directe gevolg zijn van de invloed van stresshormonen.

↑ Terug naar boven

Wat is de invloed van beweging en sport op diabetes?

Bij diabetes is het belangrijk om regelmatig te bewegen. Sporten helpt om het gewicht onder controle te houden en u fitter te voelen. Maar bewegen biedt nog meer positieve effecten: de bloeddruk wordt lager, de stoelgang beter, de bloedsuikerwaarde verlaagt en u hebt minder last van stress. Tijdens het bewegen wordt namelijk extra energie gebruikt in de vorm van suiker en vet. Dit zijn de brandstoffen voor de spieren. Wanneer men insuline spuit wordt dit beter opgenomen bij regelmatige beweging. Dit komt door een betere doorbloeding van het vetweefsel. Hierdoor komt er meer insuline in het bloed en daardoor zakt de bloedglucose. Bij regelmatig sporten en na intensieve sportbeoefening wordt het lichaam gevoeliger voor insuline zodat er minder nodig is. Dit is positief voor uw bloedsuikerwaarde. Wees bij langdurige intensieve inspanning en bij gebruik van insuline wel altijd alert op de vergrote kans van een hypo. Ook in de uren na inspanning!

↑ Terug naar boven

Hoe kunnen hypo’s voorkomen worden tijdens het sporten?

Minder insuline

Bij vier maal daags insuline spuiten is het goed mogelijk om de hoeveelheid kortwerkende insuline te verminderen. Soms is verminderen tot wel veertig procent van de uitgangswaarde noodzakelijk. Bij een tweemaal daags insuline schema, waarbij kort- en langwerkende insuline ineen zit, is dit wat moeilijker te regelen. De regulatie moet in overleg met de diabetesverpleegkundige worden afgestemd. Het is belangrijk om de bloedglucose regelmatig te meten, zo krijgt u inzicht in het effect van sporten op het bloedsuikergehalte.

Koolhydraatinname aanpassen

Om voldoende brandstof te hebben tijdens en na de inspanning zijn er extra koolhydraten in de voeding nodig. Omdat men vaak gaat sporten om het gewicht onder controle te houden is het zonde om extra calorieën te eten om een hypo te voorkomen. Het is daarom ook belangrijk om niet intensief te gaan sporten vlak vóór een maaltijd. Een beter tijdstip is een uur na de maaltijd. Of men kan er voor kiezen om de verdeling van de koolhydraatinname die dag te veranderen, bijvoorbeeld een snee brood van de lunch al even eerder nemen voor het sporten. Bij inspanning wordt er grofweg 15-30 gram koolhydraten per half uur extra verbrand. De hoeveelheid hangt ook af van de intensiviteit en de duur van de sport. Raadpleeg uw diëtist voor advies op maat. Door regelmatig vóór, tijdens en na het sporten de bloedsuiker te controleren, komt men er achter hoe het lichaam reageert op de sport. Zorg er in ieder geval voor dat u altijd een koolhydraatbron (druivensuiker, fruit, boterham of granenbiscuit) bij u heeft tijdens de activiteit. Indien er vlak voor het sporten een lage bloedsuikerwaarde wordt gemeten, kunnen het beste snel opneembare koolhydraten worden genomen. Denk aan een glas limonade (35 ml) aangelengd met water of eventueel een half flesje (165 ml) energiedrank.

Plaats van het spuiten

Spuit de insuline niet in het lichaamsdeel wat intensief gebruikt wordt. De insuline wordt dan vaak sneller opgenomen met de kans op een hypo.

Voorkomen van een hypo na het sporten

Doordat de suikervoorraad uit spieren en lever tijdens het sporten gebruikt wordt, vult het lichaam die eerst weer aan. Het is mogelijk dat er nog tot lang na het sporten, zelfs tot de volgende dag, sprake is van een lage bloedsuiker. Belangrijk is om regelmatig na het sporten, bijvoorbeeld na één uur en na twee á drie uur, de bloedsuiker te controleren en zo nodig extra koolhydraten te eten. Soms is het na een avond sporten nodig de middellangwerkende of langwerkende insuline voor het slapen gaan, te verminderen.

Waar nog meer op letten?

Naast de kans op een hypo kan er nog een probleem ontstaan. Bij een te hoge bloedglucose (>15-20 mmol/l) is het niet goed om te gaan sporten. Er is te weinig of geen insuline die de glucose in de spiercellen brengt. De bloedglucose zal nog meer stijgen en het lichaam gaat vetten verbranden om de nodige energie te verkrijgen. Men voelt zich niet lekker. Het lichaam verzuurt (keto-acidose). Het is daarom zaak om vóór het sporten eerst te zorgen voor een betere bloedglucose.
Wanneer iemand insuline gebruikt, kan er pas weer gesport worden nadat er insuline is gespoten.

↑ Terug naar boven

Komen er bij diabetes vaker seksuele problemen voor?

Het is een bekend gegeven dat ‘ziek zijn’ een grote invloed kan hebben op het seksuele leven. Hiermee bedoelen we niet alleen het seksueel presteren maar ook verlangens en gevoelens van intimiteit. Seksuele problemen bij diabetes kunnen lichamelijk zijn, maar ook psychisch of relationeel van aard. Zo kunnen aanpassingsproblemen rond de diabetes, of spanningen in iemands relatie of op het werk, de zin in seks sterk beïnvloeden. Ook schaamte en angstgevoelens kunnen een rol spelen. Bijvoorbeeld schaamte rond het eigen lichaam of een insulinepompje en angst voor hypo’s tijdens het vrijen.

Mannen met diabetes

Het is bekend dat mannen met diabetes een verhoogde kans hebben op erectieproblemen. Ongeveer de helft van de mannen met diabetes krijgt in de loop van de tijd te maken met erectieproblemen. Overigens komen erectiestoornissen bij mannen boven de vijftig jaar veelvuldig voor. Dat de erectie bij mannen met diabetes vaker problemen geeft, heeft vooral te maken met een verslechterde doorbloeding van de kleine bloedvaten. Daarnaast kunnen aantasting van de zenuwen (neuropathie) en wisselende bloedsuikerwaarden een rol spelen. Het is bekend dat – afhankelijk van de leeftijd – 60 tot 70% van de mannen met diabetes erectieproblemen hebben. Behandeling van erectieproblemen kan geschieden met behulp van een ‘erectiepil’. Het Diabetes Zorgsysteem werkt momenteel aan een methode om beter antwoord te kunnen geven op deze problemen.

Vrouwen met diabetes

Het is bekend dat er bij vrouwen met diabetes vaak seksuele problemen optreden. Bijvoorbeeld verminderde zin in vrijen, verminderde opwinding, pijn bij het vrijen of het moeilijker vochtig worden. De twee laatstgenoemde problemen lijken vooral samen te hangen met een matige diabetesregulatie en vaak voorkomende schimmelinfecties. Het bespreekbaar maken van het probleem is de eerste stap. Vraag daarom aandacht voor uw seksuele problemen bij de huisarts of diabetesverpleegkundige.

↑ Terug naar boven

Komt er bij diabetes vaker een sombere stemming voor?

Bekend is dat schommelingen in de bloedsuiker de stemming sterk kunnen beïnvloeden. Hoge bloedsuikerwaarden gaan samen met verslechtering van de stemming, vermoeidheid en gevoelens van ‘malaise’. De stemming klaart meestal op wanneer de bloedsuiker weer is genormaliseerd. Dit geldt echter niet voor iedereen, elke persoon is verschillend.

Uit onderzoek en patiëntenervaringen is komen vast te staan dat onder mensen met diabetes relatief vaak stemmingsproblemen voorkomen, met name depressiviteit. Naar schatting komt een ernstige depressie tweemaal vaker voor bij mensen met diabetes dan in de algemene bevolking. Of dit samenhangt met de diabetes, of meer met chronisch ziek zijn, is niet bekend. Wel is bekend dat het risico van depressies onder mensen met een chronische ziekte verhoogd is ten opzichte van gezonde mensen.

↑ Terug naar boven

Is het moeilijk om af te vallen als je diabetes hebt?

Het kost meer moeite voor iemand met diabetes om af te vallen dan iemand die geen diabetes heeft.
Hoe komt dat? Afvallen heeft positieve gevolgen maar ook negatieve gevolgen voor iedereen maar vooral als men diabetes heeft. Wanneer u minder eet, krijgt u minder energie via voeding binnen dan u met uw lichamelijke activiteiten gebruikt. Er ontstaat zo een negatieve energiebalans en uw gewicht daalt. Minder eten betekent dat ook de inname van koolhydraten (zetmeel en suikers) vermindert. Dit heeft tot gevolg dat er minder insuline of tabletten voor de regulatie van de bloedsuiker nodig is. Hoeveel minder is per persoon verschillend en hangt onder meer af van de vermindering van de hoeveelheid koolhydraten ten opzichte van de hoeveelheid die u gewend was tot u te nemen.
Positief is dat door het afvallen de bloedsuiker naar beneden gaat. 5 tot 10% gewichtsvermindering geeft al een behoorlijke gezondheidswinst, minder risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten, een positief effect op de bloeddruk, bloedvetten en de bloedsuiker. Het nadeel is dat dit gepaard kan gaan met een te lage bloedsuikerwaarde. Dit moet worden opgelost met snelle koolhydraten die weer energie leveren en zo het afvallen moeilijker kunnen maken. In het begin kan afvallen dus iets lastiger zijn dan iemand die geen diabetes heeft. Wanneer u wilt afvallen is het vaak voor een periode belangrijk wat meer zelfcontrole te doen om inzicht te krijgen of u niet te veel insuline en/of tabletten gebruikt om uw bloedglucose te reguleren. Raadpleeg voor advies op maat en/of begeleiding bij gewichtsvermindering uw diëtist.

↑ Terug naar boven

Is diabetes te genezen?

Diabetes is niet te genezen, wel te behandelen. Omdat Diabetes Mellitus type 2 over het algemeen gepaard gaat met overgewicht, kan het bij afvallen wel lijken alsof men genezen is. Dit werkt zo: door afvallen verbeteren de bloedglucosewaarden, het lichaam is bij een vermindering van vetopslag zelf weer beter in staat de bloedglucosewaarden op peil te houden. Dit kan resulteren in vermindering van insulinegebruik of minder medicatie. In sommige gevallen wordt de insuline en/of medicatie zelfs geheel stopgezet en is bij controle de bloedglucose goed. Echter, zodra het gewicht weer gaat stijgen of de persoon wordt bijvoorbeeld ziek wordt of te maken krijgt met hoge stress en spanningen, is de kans groot dat de bloedglucose weer te hoog wordt en zal er weer insuline en/of medicatie nodig zijn. In een vergelijkbare situatie bij een persoon zonder diabetes zal de bloedglucose wel binnen de streefwaarden blijven.

↑ Terug naar boven

Is diabetes erfelijk?

Bij diabetes type 2 speelt erfelijkheid een grote rol. Als een familielid diabetes type 2 heeft betekent dit dat u een vergrote kans heeft het ook te krijgen. Naast erfelijkheid speelt leefstijl, beweging en gewicht een grote rol in het ontwikkelen van diabetes type 2, daarmee kunt u de kans om het zelf te krijgen weer wat laten afnemen. Andersom kan ook: iemand waarbij diabetes type 2 niet in de familie voorkomt, maar zelf onvoldoende beweegt en overgewicht heeft, heeft door de ongezonde leefstijl een vergrote kans om diabetes type 2 te ontwikkelen.

Waarom is stoppen met roken belangrijk bij diabetes?

Roken beschadigt de bloedvaten en het zenuwstelsel. Diabetes veroorzaakt ook schade aan de bloedvaten en het zenuwstelsel. Bij iemand die diabetes heeft én rookt, is de kans op complicaties dus groter. Denk hierbij aan grotere kans op hart- en vaatziekten, complicaties aan nieren, ogen en zenuwstelsel. Wonden genezen slechter waardoor de kans op amputaties aan tenen en voeten groter is en mannen kunnen impotent worden. Door roken werkt het hormoon insuline, wat de bloedglucose moet verlagen, minder goed, hierdoor heeft een diabetespatiënt die rookt meer medicijnen of insuline nodig.

↑ Terug naar boven

Moet ik als ik ziek ben minder medicatie of insuline gebruiken?

Wanneer u ziek bent als gevolg van een virus, bijvoorbeeld bij verkoudheid, stijgt vaak de bloedglucose waardoor er meer insuline nodig kan zijn. Ook wanneer er juist minder gegeten wordt. Wanneer u ziek bent door een andere oorzaak en u daarbij minder eet, kan het zijn dat u minder insuline nodig heeft. Als u vanwege uw diabetes medicijnen en/of insuline gebruikt, is het altijd raadzaam bij ziekte contact op te nemen met uw arts of diabetesverpleegkundige.

↑ Terug naar boven

Kan ik met diabetes meedoen aan de Ramadan?

Door te vasten kan de bloedglucose dusdanig ontregeld raken, dat het ook na een vastenperiode nog aanhoudt. Tijdens het vasten kunt u een hypo, een te lage bloedglucose krijgen. Op dat moment is directe actie nodig. Wij raden aan om bij voorkeur niet mee te doen aan de Ramadan. De uiteindelijke beslissing om wel of niet mee te doen neemt u uiteraard zelf. Bij diabetespatiënten en zeker bij degenen die medicatie en/of insuline gebruiken adviseren wij over het algemeen aan om eventuele deelname aan de Ramadan van te voren te bespreken met de diabetesverpleegkundige en de diëtist. Zij kunnen u begeleiden en met u bespreken welke aanpassingen er tijdens en na de Ramadan nodig zijn om de kans op (ernstige) problemen zo klein mogelijk houden.

↑ Terug naar boven

Mag je bij diabetes wel een glaasje wijn drinken?

Voor iedereen geldt dat alcohol met mate mag. Bij mannen betekent dat maximaal 2 glazen per dag en voor vrouwen maximaal 1. In beide gevallen liever niet alle dagen van de week. Mensen met diabetes moeten er namelijk rekening mee houden dat alcohol invloed heeft op de bloedglucose. Op korte termijn kan de bloedglucose wat stijgen. Dit is per drankje verschillend en afhankelijk van de hoeveelheid koolhydraten (suikers) die in het drankje zitten. Wat belangrijker is, is dat uiteindelijk de bloedglucose juist daalt door de alcohol. Dit verlagende effect begint na ongeveer 90 minuten en kan wel tot 10 uur aanhouden. Een warme maaltijd bevat over het algemeen voldoende koolhydraten om het verlagende effect van alcohol op te heffen. Bij voorkeur wordt een alcoholische drank genuttigd vlak voor of tijdens een warme maaltijd. Vooral de mensen die insuline spuiten of bepaalde diabetes medicatie (SU-derivaten) gebruiken hebben hierdoor een kans op een hypoglykemie. Wanneer alcohol apart van een maaltijd wordt genomen kan een koolhydraatrijk tussendoortje bij het drankje nodig zijn. Bijvoorbeeld als medicatie wordt gebruikt, wanneer er gevast wordt, maaltijden worden overgeslagen of er koolhydraatarme maaltijden worden gebruikt. Onze diëtisten kunnen u hier meer over uitleggen. Wilt u afvallen? Hou er dan rekening mee dat alcohol veel calorieën levert en beter vermeden kan worden.

↑ Terug naar boven

Mag ik nu geen suiker meer?

In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, weten we tegenwoordig dat iemand met diabetes wel suiker mag, maar met mate. Suiker levert wel calorieën maar verder niet de nodige vitamines en mineralen. ‘Gewoon’ suiker heeft hetzelfde effect op de bloedglucose en heeft dezelfde hoeveelheid calorieën als bijvoorbeeld honing of rietsuiker. Bij sommige producten kan er dan gekozen worden voor suikervrij ofwel lightproducten, maar suikervrij is niet verplicht bij diabetes. Bepaalde suikervrije producten zoals suikervrij gebak of chocola bevatten zelfs nog meer vetten en zijn nog ongunstiger.

↑ Terug naar boven

Wat mag iemand met diabetes eten?

Iemand met diabetes mag alles eten. De basis is ‘gezonde voeding’. Dat is een voedingspatroon waarbij je alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgt en waarbij de inname van vetrijke producten beperkt wordt. Een diëtist kan voor u kijken of u voldoende binnen krijgt en u indien nodig voorzien van adviezen om uw voedingspatroon te verbeteren.

↑ Terug naar boven

Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten zijn voedingsstoffen die een belangrijke bijdrage leveren aan onze energie-inname. Koolhydraten komen in verschillende vormen voor in onze voeding. Wanneer we iets met koolhydraten eten worden deze tijdens de spijsvertering omgezet in glucose en opgenomen in ons bloed, dan heet het bloedglucose. Vanuit het bloed wordt de glucose dan opgenomen door de cellen in ons lichaam, voor het grootste deel door de hersen- en spiercellen, en gebruikt als energie. Bij mensen met diabetes gaat dit proces minder goed waardoor het glucose in het bloed kan oplopen. In de voeding moet dan gelet worden op het vermijden van pieken in de inname van koolhydraten. Bovendien dient de hoeveelheid koolhydraten per maaltijd min of meer gelijk te worden gehouden. Het weglaten van koolhydraten is niet nodig. Behalve dat er zoals gezegd een belangrijke energiebron wegvalt, worden er ook specifieke voedingsgroepen weggelaten die naast koolhydraten ook bepaalde vitamines en mineralen leveren.

↑ Terug naar boven

Hoe maak ik een afspraak bij het DZS?

Bent u nog nooit eerder bij het DZS geweest en heeft u (nog) geen verwijsbrief? Kijk dan bij Hoe kan ik me aanmelden bij het DZS.
Als u al eerder uw jaarlijkse controle bij ons heeft laten doen, wordt u elk jaar door ons benaderd voor een nieuwe afspraak. Wilt u een tussentijdse afspraak bij de diëtist en/of diabetesverpleegkundige, dan kunt u telefonisch contact met ons opnemen op telefoonnummer 0229-219401 (op werkdagen van 7.30-16.30 uur).

↑ Terug naar boven